Zomer Buurtborrel bij Amnesty International

 

Hoe vaak heb ik inmiddels niet die bakstenen gevelwand gepasseerd op Keizersgracht 177: acht ramen breed en pal tegenover de Westerkerk. Een façade van paleisbouwer Jacob van Campen voor het dubbelhuis van de steenrijke gebroeders Coymans uit 1625. Niet al te opwindend, geen stoep, wel classicistische pilasters en twee poortdeuren maatje paard en wagen. Pal voor de deur of aan het water verraadt een krachtig-gele bus wie nu de hoofdgebruiker van dit pand is: Amnesty International. Maar al trekt die façade niet de aandacht, hij heeft me wel altijd geïntrigeerd. Wat gaat daarachter schuil? Dus toen de digitale nieuwsbrief van Stadsdorpbuurt7 een zomerborrel in de tuin van Amnesty aankondigde, meldde ik me meteen aan.

 
En velen met mij, blijkbaar, want bij mijn komst stond het terras achter het pand al vol met opgewekt snackende en snaterende omwonenden. Angelique Struik, voorzitter van het bestuur van ons stadsdorp, heette iedereen welkom, zij dankte Amnesty International voor de gastvrijheid en ook onze buurtwijnwinkel de Ware Jacob, die voor deze gelegenheid alle wijn sponsorde. Ook Lars van Troost, hoofd strategische verkenningen van Amnesty International, sprak een welkomstwoord uit, dat niet voorbijging aan het ongewisse tijdvak waarin we ons nu bevinden. Amnesty, gestart vanuit de zorg over het lot van politieke gevangenen, verbreedt steeds zijn focus. Zo is er vanuit de beweging steeds meer aandacht voor het lot van kwetsbare arbeidsmigranten – waarbij Van Troost een direct verband legde met de geschiedenis van het pand, namelijk de slavenhandel waarmee de familie Coymans zich had verbonden.

Overigens was het in weerwil van de geboorte van tientallen Coymans-kinderen al na vijfkwart eeuw gedaan met de aanwezigheid van deze familie in het pand. De gemeente Amsterdam werd eigenaar en bracht er een openbare HBS onder. Nogal wat poëtische Tachtigers – Albert Verwey, Jacques Perk, Willem Kloos – haalden hier hun diploma. Net als de leerling die naamgever van deze openbare school werd, toen deze vanaf 1963 doorging als het eveneens openbare ir. Lely Lyceum.

Hebben we nu iets bijzonders beleefd, daar achter het front van Van Campen? Jazeker! Denk aan het enorme terras achter het gebouw en de bosjes, bosschages en besloten zitjes in de tuin. Vergeet ook niet de naaste buren, die ons ruimhartig lieten delen in hun delicate tuin met vijver en tuinhuis. Zelfs wie vertrouwd is met de groene oases achter de façade van huizen aan de gracht, blijft zich verbazen over het gemak waarmee bomen hier tot in de hemel groeien en over de hypnotiserende soundscape van ruisende boombladeren.


Maar het leukst waren natuurlijk de gesprekken tussen de buurtbewoners. Dat het ir. Lelylyceum een openbare school was, diskwalificeerde hem voor ons, in die nadagen van de zuilenmaatschappij. Dus nu konden we heerlijk unisono klagen hoe wij als pubers dagelijks de halve stad op de fiets hebben doorkruist voor een gepastere school. Dat lucht nog ‘s op, die gedeelde verontwaardiging, vijftig jaar na dato.

Koosje