Het bruist in Buurt7

Loop eens langs het Scheepvaarthuis (1916), lieve lezer. Nee, stop! Zie je die stenen waterstroompjes, die van het dak kalmpjes langs de ramen naar beneden sijpelen? En die tientallen stenen zeehelden in bas-reliëf aan de pijlers? Of de stenen portretten die jou, als voorbijganger, als op reikende stenen armen onder de neus geduwd worden? Inderdaad, ook weer varensgasten. Sta dan ook maar even stil bij de geestige stilering van hun tronies, krullen en kragen – werkelijk ieder detail doet een beroep op je nieuwsgierigheid. Allemaal roepen ze je toe: kom op, pak je verrekijker, bekijk ons eens goed, we zijn met honderd man sterk! En verdomd, zelfs vanaf het dak bespelen ze onze aandacht: op de kopse kant van het gebouw (Buiten Bantammerstraat), staat de historische reder Jhr. Op ten Noort in lood ondoorgrondelijk over de wereld uit te kijken. Hij was een van de zes machtige reders die in 1912 besloten zich gezamenlijk in Amsterdam te presenteren in een nieuw gebouw. De constructie bestelden ze bij de gebroeders Van Gendt, gerenommeerd in staal en beton, terwijl het opkomend talent Joan Melchior van der Meij (1878-1949), winnaar van de prestigieuze Prix de Rome (1906), belast werd met het interieur en het uitgebreide programma van decoraties.


De 'boeg' van het 'schip' met 'ankergat' alias (directie)ingang
Foto: Liesbeth van Dijk


Ons buurthotel

Op deze snoeihete zomerzaterdagochtend zijn wij, een stel nieuwsgierige buurtbewoners, afgekomen op de uitnodiging van het vijfsterrenhotel Amrâth, dat zich ook graag als buurthotel presenteert, om een kijkje te komen nemen in dit rijksmonument. Onze gids, buitenportier van het hotel, ontvangt ons aan de boeg van dit als schip ontworpen gebouw. We staan hier voor wat ooit de directie-ingang was en worden geflankeerd door personificaties van de Indische Oceaan en de Stille Zuidzee. Boven ons hoofd een smeedijzeren voorstelling van de Grote Beer, compleet met lichtsterren. In het kielzog van onze gids betreden we het schip door zijn ankergat, net als de directeuren destijds. Van der Meij fotografeerde in 1912 de rij van twaalf panden aan de Prins Hendrikkade die voor het Scheepvaarthuis moesten wijken. Zijn gevelontwerp, valt dan op, respecteert globaal het ritme van die afgebroken grachtenpanden. Ook zie je dat zijn directie-ingang – trap dwars op de rooilijn – precies op de plek kwam waar tot die tijd ontelbare zeebenen de treden naar ‘Café Skandinavien’ moeten zijn opgestommeld, op zoek naar een stevige borrel.


De kap van gebrandschilderd glas-in-lood door Willem Bogtman

Het zeeleven van Ernst Haeckel

Met enkele stappen staan we in de hal. Verbluft lopen we de trap van het smetteloos witte trappenhuis op, aan alle kanten omringd door betoverende versieringen in alle soorten natuursteen en (coromandel!)hout, in smeedijzeren krullen en windingen, in keramiek en stuc. De versieringen tonen zeezaken, alles even kleurrijk, gestileerd en speels: slakken, vissen, zeepaardjes, kwallen, schepen, meerminnen en zeegoden. De bekroning van het trappenhuis is een koepel in gebrandschilderd glas-in-lood in tere kleuren, met ook hier weer verwijzingen naar navigatie: wereldbollen, kaarten, sterrenstelsels. We komen ogen en woorden te kort; dit kleurrijke interieur hadden we niet vermoed achter de baksteenmassa buiten. We vallen als een blok voor dit gebouw, net trouwens als onze gids.


Hoezo speculaties?

Het Scheepvaarthuis, waarvan de eerste fase in 1916 werd voltooid, staat bekend als een eerste uiting van de Amsterdamse School, een architectonisch Gesamtkunstwerk waaraan tal van kunstenaars hun beste krachten hebben gegeven. Van der Meij had prestigieuze ontwerpwedstrijden gewonnen maar nog geen gebouw neergezet, toen hij deze iconische opdracht binnenhaalde. Speculaties over het hoezo van de opdrachtverlening zijn er tot op de dag van vandaag. Maar toch was hij wel degelijk de juiste figuur voor dit opdrachtpakket. Om te beginnen was hij toen al een jaar of tien in de leer geweest op het architectenbureau van Eduard Cuypers – opgeleid door oom Pierre Cuypers, de kerkenbouwer – waar hij het collegiale netwerk had leren kennen dat hij nu kon betrekken bij het decoratieprogramma voor
het Scheepvaarthuis. De belangrijksten hiervan waren de vrienden Michel de Klerk en Piet Kramer, samen de ziel van de Amsterdamse School tot De
Klerks ontijdige dood op zijn verjaardag in 1923. Daarbij beschikte Van der Meij over ongehoorde hoeveelheden zelfvertrouwen, branie, flux-de-bouche en bovenal geldingsdrang, ook dat hielp.



De reders vertrokken in de jaren zestig

Een gebouw als het Scheepvaarthuis neerzetten is natuurlijk een enorme opsteker voor een stad. Maar om het vervolgens in stand te houden, dat vergt veel van de belanghebbenden. Het pand kende onvermijdelijk de nodige tegenspoed.  Zo werd het in WOII door de bezetter gevorderd voor de Arbeitseinsatz. Evenmin erg geslaagd was de ingebruikneming door het gemeentelijk vervoerbedrijf in 1983, toen systeemplafonds, boardplaten en noodzakelijke aanpassingen voor computers de joyeuze eigenschappen van het interieur blijkbaar aan het zicht van de ambtenaren moesten onttrekken. Toen de gemeente het gebouw, vanaf 1972 rijksmonument, in 1998 te koop zette, was er welgeteld één partij die interesse toonde: de familie Van Eijl. Deze heeft inmiddels een hele rits monumenten in Nederland tot hotels omgevormd. Dat het toen tot een koopovereenkomst kwam, mag dus een gelukkige uitkomst genoemd worden. Goed, er moest door de VVAB nog flink actie gevoerd worden om te voorkomen dat de uitbreiding van het hotel – de 'derde wand': Buiten Bantammerstraat – net zo hoog zou worden als het Scheepvaarthuis. Maar inmiddels is die zaak netjes opgelost met een ingetogen bebouwing van Kentie Architecten. Zonneklaar voor ons, de bezoekers op die warme zaterdagochtend, is dat de directie trots is op dit monument en zich veel moeite geeft om het op niveau te exploiteren. Ofwel: hoe het sprookjeskantoor door het oog van de naald kroop en er als vijfsterrenhotel weer uit kwam.




Stijlvolle Icarus

Ook voor Joan Melchior van der Meij moet het een schitterende start zijn geweest. Na de toekenning van de Prix de Rome – toen bepaald geen prijs waarbij een som geld van eigenaar wisselde, maar een loodzwaar driedelig examen met als beloning vier jaar zelfstudie in weer en wind naar de baksteenarchitectuur in het buitenland, met rapportageverplichting – huwde hij het artistieke multitalent Sara Herweijer, destijds Cuypers’ bibliothecaresse. Zij zou hem als weefster nog terzijde staan bij zijn tapijtontwerpen voor het Scheepvaarthuis. Het stel verhuisde naar Zuid-Limburg, waar een boerderij werd omgeturnd tot landhuis. Wonen dus in Geulle en werken in Amsterdam, waar Van der Meij naast zijn ontwerpbureau zowaar ook een eigen woningbouwbedrijf exploiteerde. De jonge architect maakte dus minstens wekelijks lange ritten in zijn wijnrode Studebaker. Helaas pakten zijn zakelijke avonturen niet altijd goed uit en ook op communicatief gebied liep niet alles even soepel. Zo ontsloeg hij Michel de Klerk en Piet Kramer al vóór de eerste fase van het Scheepvaarthuis in 1916 goed en wel voltooid was. Een paar jaar eerder, toen ze nog alle drie bij Cuypers zaten, had De Klerk de beide anderen nog zo aardig geportretteerd in hun ruitjeskleding (Van der Meij voortvarend voorop). Na een jarenlang voortslepende crisis werd het faillissement over Van der Meijs ontwerpbureau uitgesproken. ‘Verkoop de auteursrechten van het Scheepvaarthuis – ons geld is op’, luidt volgens overlevering zijn laatste advies aan zijn vrouw. De Icarus, die Joan Melchior van der Meij zijn leven lang was geweest, blies in 1949 uitgeput zijn laatste adem uit. De rechten bleken goed te zijn voor een weduwepensioen van vijfduizend gulden. 

Koosje Sierman


Joan van der Meij en Piet Kramer.
Tekening van Michel de Klerk (1908). Nieuwe Instituut.






Op de website Buurthotel vind je bijvoorbeeld dat elke laatste donderdag van de maand de buurt een captains lunch kan krijgen tussen 13:00 en 14:00 uur voor 15 euro. Of een captains dinner tussen 18 en 19 uur elke 2e maandag van de maand voor 17.50.

Op de website van Museum Het Schip kun je een ticket krijgen (gratis) voor een zondagse rondleiding door het Scheepvaarthuis.